| Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud | ||||||||
|
Floristische nota's 2011 |
Tussen Dadelpalm en Kransmuur op het Kiel te Antwerpen 22 oktober 2011
Vooraf Kiel (en Beerschot) is een deel van de Antwerpse grootstad, thans gelegen buiten het stadscentrum en grenzend aan Wilrijk en Hoboken. Ooit was het een onafhankelijke heerlijkheid met een eigen werf aan de Schelde, en reikend tot aan het Sint-Jansvliet. Door de bouw van de Brialmontomwalling (en nu dus de Kleine Ring) ligt het ooit zo landelijke Beerschote er wat van af en is het grotendeels door migranten bewoond. Vorig jaar signaleerde ons Bram Cools er een beperkte populatie Dadelpalm, die zich grotendeels in de omgeving van de moskeeën en exotische kruidenierswinkels bevinden zou. Daarom werd deze excursie speciaal ingericht om dit goed te documenteren. Vandaag bevinden er zich maar 5 floristen in elkaars gezelschap, waarvan Pierre Van Vooren (streeplijst), Johan Peelman en Bart Mortier uit de Vlaanders komen en Leo Vanherbruggen en Erik Molenaar (verslag, foto’s) beide geboren Antwerpenaars zijn. Het weer is koud maar zonnig en er staat nog veel in bloei, zodat we toch nog een spectaculaire en exotisch streeptocht kunnen beleven. Het ifbl hok c4-36-13 omvat een stuk van de Emiel Vloorstraat (met veel vrachtvervoer naar de vroegmarkt), de omgeving van de Sint Catharinakerk, met het hierbij gelegen Kielpark en de Kielse Stadsfeestzaal, verder de drukke verkeersas Sint-Bernardse steenweg en in het zuiden de omgeving van het Sportstadion Beerschot en het ruim 5 ha grote kloostercomplex met tuin aan de Pierenbergstraat die we in de namiddag bezoeken. De Pierenberg is een historische landduin, gelegen tussen het voormalige Kiels broek en de moerassige gronden van “Beerschote”.
Bespreking ![]() ![]() ![]() ![]() ![]()
a. bermen van de Emiel Vloorstraat In de noordwest hoek van het hok starten we met de prospectie. Hier vinden we in de bermen al het gros van de graslandsoorten voor vandaag. Op de kalkrijke bodem vol fossiele schelpen doen Grote zandkool en Kleine leeuwentand het goed, In de rand staat ook pekelflora, met o.m. Smalle rolklaver en Hertshoornweegbree. Tredplanten zijn er volop. Op het voetpad en op de parkeerruimte zien we overal Straatliefdegras, Steenkruidkers, Varkensgras, Liggende vetmuur, Kruipertje, Schijfkamille, Canadese en Hoge fijnstraal en er is ook een plek met Handjesgras. Struweelplanten zijn o.a. Dauwbraam, Kardinaalsmuts, Gewone es, Hjelmqvist Cotoneaster, Cornus australis, Robinia en Spaanse aak. In het bosje staat bovendien een woekerende haard Chinese liguster. In de rand van een plantsoentje is Stekelige hanenpoot opvallend aanwezig, met nog bloemend Veelkleurig vergeet-mij-nietje. In ruigere hoekjes bloeit nog Avondkoekoeksbloem, Vogelwikke, Bonte wikke en Bonte luzerne, de bastaard met Sikkelklaver. Een jong exemplaar van Valse christusdoorn kan pas later op naam worden gebracht. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() b. in de straatjes Daarna gaan we de straatjes nabij De Schijfstraat in. Naast de gebruikelijke stadssoorten (een massa Bleekgele droogbloem en Kleine leeuwentand) komen we ook Postelein, Kleine majer en de nodige onbekende en onherkende soorten. Zo zaait er een smalbladige Laurierkers uit, maar na lang zoeken blijkt later dat het inderdaad om niets anders gaat dan de smalbladige cultivar. Na een poos komen we toch Klein liefdegras tegen. Een opvallend muurtje met veel Muurvaren en Muursla verbergt ook een Steenbreekvaren. Er groeit vreemd genoeg Glad walstro, n.b. een plant van vochtige, bemeste graslanden. Kruipklokje is her en der op andere oude muurtjes in de ‘tuinwijk’ te zien. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() c. Sint Catharina In de noordoost kant van het hok bereiken we de Sint Catharinakerk. In de omgeving valt alvast een heleboel Geelrode naaldaar op, maar ook enkele zaailingen van merkwaardige bomen, zoals Europese judasboom, Winterlinde, Taxus en Reuzenlevensboom (met de sterke pompelmoesgeur). Aan de kerk staan ook een aantal vogelvoeradventieven, zoals Boekweit, Europese hanenpoot, Zonnebloem en Gekweekt vlas. In de goot bloeit nog Tijmereprijs. Op de trapjes van de zijingang van de kerk groeit een wikke met zeer korte rankjes; het is ons onmogelijk er iets van te maken. Opvallend is wel dat de steriele planten enkel op de stenen verschijnen, en niet in het plantsoen, één meter er vandaan. We maken een kort ommetje in het Kielpark, maar er worden maar enkele soorten bij gevonden, zoals Klein springzaad, Stijve zonnebloem en Aalbes. Aan de Feestzaal Kiel is een kleine populatie Gele helmbloem, Mannetjesvaren en Muurvaren aanwezig. In een zee van Ierse klimop priemen hier tientallen salomonszegels op. Aan de ietwat kantige stengel zien we duidelijk dat het om Tuinsalomonszegel gaat, een soort die bekend is voor zijn expansie en die grote haarden kan opbouwen, ook een eind van waar deze ooit is aangeplant. Panicum virgatum, staat her en der in een plantsoen, maar het is een meerjarige plant, en kan gewoon uit een vorige aanplanting zijn achtergebleven. We middagmalen in het authentiek Kiels café Trapke Op. Als we van hier ’s avonds, na een slotdronk, terug naar de vertrekplaats gaan, zien we nog een onbekende zaailing van een boom op het voetpad. Hij heeft iets weg van Judasboom, maar de blaadjes met hun spitse knoppen zijn te puntig en staan kruisgewijs tegenover elkaar. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() d. Kloostertuin en Pierenberg In de Pierenbergstraat ligt nog een restant van het Prelaatshof, een buitenverblijf van de Sint- Michielsabdij, in eigendom van de Zusters der armen. In het verleden is hiervan al erg veel verkaveld, maar het blijft een 5 ha groot terrein, met gazons, greppels, bos en oude muren. Aan de ingang noteren we alvast Bosaardbei, en wat we door de draad kunnen zien van de greppelflora. De ongemaaide randen zijn geel van het bloeiend Schermhavikskruid. Als we aanbellen kunnen we de tuin helemaal afzoeken. Het schraalgrasland bevat, naast grote plekken Gewone veldbies, Muizenoor, Gewoon bosviooltje en diverse ereprijzen, een grote populatie Grote tijm. Hoewel we kunnen aannemen dat die niet oorspronkelijk is, geeft het wel een authentiek beeld van wat de potenties zijn in dit oude grasland. Het loont de moeite dit eens in het voorjaar apart te onderzoeken, want ook onder de oude bomen zal heel wat voorjaarsflora te zien zijn. Voor de rest vallen heel wat verwilderde exoten en siersoorten op, w.o. Peterseliebraam, Valse wingerd, Japanse sierkwee, Herfstaster, Franchet’s Cotoneaster, Buxus (op een oude muur) en Zomerlinde. Salvia splendens zien we ook uitgezaaid naast de borders, en is reeds uitgebloeid en zelfzaaiend. De grootste pest is eigenlijk Schijnaardbei, dat overal is terug te vinden. Ook hier staat Geelrode naaldaar nog fraai in zaad. Als we om het klooster heen zijn gegaan, vinden we in een aantal heraangelegde straten een flink uitgebreide populatie Kransmuur, die vooral goed ontwikkeld is in boomspiegels, en in miniatuur tussen de kasseien van de parkeerstroken staat. In de buurt staat verder nog Tongvaren in een keldergat, Oosterse wingerd, Oosterse karmozijnbes, Muursla, Oxalis debilis, Stokroos en Rode schijnspurrie. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() e. Sint Bernardse steenweg Langs de Waarlooshofstraat verlaten we de oude kloostertuin om al dadelijk een ondetermineerbare zonnebloemsoort te bekijken tegen een oude muur. Verderop staat Esdoornganzenvoet in een boomspiegel. Daarna vinden we de eerste Dadelpalmen, waarvan de meesten maar één blad dragen, maar er zijn er ook al met twee blaadjes. Zowel in boomspiegels, als op het voetpad kunnen deze exotische wonderen al jaren te voorschijn komen, na consumptie achteloos uitgespuwd op een tramhalte en na een aanzienlijke jarenlange rust, ergens in een voeg weggetrapt, verschijnt dan het eerste blad. Er staat ook veel Aziatische veldkers in de achterstraten. We komen nog twee braaklandjes tegen, één waar we Goudzuring, Esdoornganzenvoet, Rode en Zeegroene ganzenvoet vinden en een ander waar opvallend veel jonge Aardpeer is verschenen met Bermzuring en Papegaaienkruid. Achterin, ver achter de draad, zien we een meters hoge Zonnebloemachtige, die we eerst voor Rudbeckia nemen, maar dan zou het geen enkelvoudig blad mogen hebben... vermoedelijk de moederplanten van Aardpeer. In de straten vinden we verder nog Winterpostelein, en in diverse groenvoorzieningen in de Julius De Geyterstraat Gewone spurrie. Er is een siervorm van Echte gamander aangeplant, waarvan we zaailingen aantreffen op het voetpad. De planten hebben een struikachtige vorm en dus niet kruipend zoals bij Echte gamander het geval is. Het gaat om Teucrium x lucidrys (T. chamaedrys x lucidum). ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Slot
Ruim 270 soorten op onze lijst, waarvan een aantal niet op naam zijn gebracht, kenschetsen toch deze oude en floristisch minder bekende wijk. De afwezigen hebben altijd wel een reden om er niet bij te zijn, maar we hebben het er met z’n vijven toch nog redelijk goed van afgebracht. Op de Rodelijst staat Muizenoor in de categorie achteruitgaand, Grote tijm is kwetsbaar en Esdoornganzenvoet wordt vermeld als zeldzaam. We hebben intussen zeer veel zeldzaamheden van andere aard gezien, zoals Oosterse wingerd, de siergamander Teucrium x lucidrys , Dadelpalm, Salvia splendens, Buxus, Cotoneaster franchetii, Japanse sierkwee, Europese judasboom, Bonte luzerne, Handjesgras, Valse christusdoorn, Cornus australis, Ligustrum sinense, Kransmuur en Stijve zonnebloem. Deels zijn deze echt zeldzaam, maar veelal zijn ze gewoon ontsnapt uit de aanplantingen die in de stad zijn gedaan, of blijven ze onbekend omdat Dadelpalm nu eenmaal zo goed op een grassprietje lijkt. Overzichtslijst van de taxa De waarnemingen zijn samengebracht in een totaallijst met inschattingen met Tansleyschaal. Klik Kiel voor een dagoverzicht. Erik terug naar keuzelijst (bovenaan)
|